"Barbecueën is beleving", volgens Jan Hoek van Keurslagerij Vooys in Katwijk. "Je moet er de tijd voor nemen. En als je de temperatuur goed kunt regelen, kun je ook echt gaan kokkerellen."

Lang en langzaam garen

Barbecueën kan zoveel meer zijn dan kipsateetjes of hamburgers bakken. Met indirect vuur kun je groot vlees langzaam, bij een lagere temperatuur, laten garen.

Short ribs met zelfgemaakte barbecuesaus

Hoofdgerecht
Rund
Barbecue
Vlees
4 personen
langer dan 60 minuten
Grill/Barbecue
Nederlands

8 Low & slow tips

1. Gebruik een barbecue met deksel.

Een deksel op je barbecue is essentieel om de temperatuur te kunnen regelen. Of je een eenvoudig model hebt of een grote keramische barbecue is niet eens zo belangrijk.

2. Gebruik houtskool

Op gas of met een elektrische barbecue is de temperatuur regelen een kwestie van de knop omdraaien. Maar dan ontbreekt wel de echte barbecuesmaak. De barbecuefanaat kiest liever een vuur met houtskool. Dan kun je goed zelf de temperatuur regelen: door zuurstof toe te voegen, gaat de temperatuur omhoog. Door het deksel dicht te doen, is er minder ‘trek’ en daalt de temperatuur juist. Daar kun je mee gaan spelen. 

3. Werk met indirect vuur

De temperatuur controleren kan nog subtieler door te werken met direct en indirect vuur. Ook met een gewone barbecue met deksel is dat mogelijk. Dat doe je door de smeulende kolen aan één kant te leggen of door een deel van de kolen af te dekken met folie bijvoorbeeld. Zo verwarm je je vlees door luchtcirculatie en krijg je dus het effect van een oven.  

4. Meet de temperatuur in de barbecue

Een mooie lamsbout gaar je op zo’n 120-130 graden. Dan blijft ie mooi rosé van binnen en droogt hij niet uit. Een varkensschouder gaar je bij hooguit 100 graden. Vraag je Keurslager naar de juiste garingstemperatuur bij het vlees dat je koopt!

5. Voeg eventueel vocht toe

Hiermee voorkom je uitdrogen. Plaats een lekbak onder het vlees, en doe daar wat bouillon in. De hitte wordt dan wat intenser en trekt in het vlees, dat daardoor zachter wordt. 

6. Gebruik een kerntemperatuurmeter

Hiermee kun je nagaan of het vlees de gewenste garing heeft bereikt. Vraag je Keurslager naar de juiste kerntemperatuur van jouw stuk vlees.

7. Laat het vlees rusten

Laat dikkere of grotere stukken vlees altijd 5 tot 15 minuten rusten voor je het aansnijdt. Dek het daarvoor af met aluminiumfolie. Bij het rusten verdelen de vleessappen zich en wordt het vlees sappiger.

8. Neem de tijd!

Belangrijk is in ieder geval om de tijd te nemen, besluit Jan. “Vroeger stookten we het vuur op en stonden we allemaal om de barbecue. Je merkt dat mensen meer tijd steken in de voorbereiding en echt gaan kokkerellen. Barbecueën is beleving!”